Heb je jezelf al ooit eens afgevraagd
waarom je een helm opzet als je gaat karten?
Waarschijnlijk
niet. Het lijkt immers vanzelfsprekend. Dat is echter niet
altijd zo geweest. In de jaren ’40 was er echt niemand die aan
een helm dacht. En toch haalden racewagens toen ook snelheden
die ver boven de top van een hedendaags kartje liggen –met
bovendien een torenhoge kans op crashen! Pas eind jaren ’40,
begin jaren ’50 begon men te denken aan hoofdbescherming, want
het hoofd van een racepiloot zag toch nogal af... van de kou.
Dat zijn die oude foto’s die je wel eens ziet: linnen mutsjes
met een bril. Luigi Faglioli demonstreert dat hier nog eens op
deze pagina. Luigi kwam om in een crash in 1952 in Monaco...
Gelukkig heeft men onderhand toch wel ingezien dat het
beschermen van die ruimte tussen je oren toch wel redelijk
gezond kan zijn. En dat voor een helm niet zo’n simpele opdracht
is weggelegd. De voornaamste functie van een helm is je hoofd en
je hersenen te beschermen tijdens een impact, en het is echt wel
de laatste verdedigingslinie. Het is dan ook uiterst belangrijk
dat je de juiste helm gebruikt.
Over het algemeen geldt wel dat
een slechte helm nog altijd beter is dan geen helm. Maar toch...
voor je eigen welzijn zou je voor karten een helm bedoeld voor
de autoracerij moeten gebruiken. Die biedt immers nog meer
frontale bescherming dan de meeste motorhelmen (denk maar aan de
brede kinstukken). Dit is geen toeval: onderzoek door de Snell
Memorial Foundation heeft immers aangetoond dat bij
vierwielercrashes vooral frontale klappen moeten opgevangen
worden, terwijl bij een val van een motor de kans op impact meer
verspreid is. Dus voor alle rallyfreaks: vergeet een Jet-helm
(open helm), jij hebt geen veiligheidskooi rond je op je kart.
Hiermee is er ook al een term gevallen die je wel eens hoort als
het over helmkeuringen gaat: Snell.
De
Snell Memorial Foundation is een vereniging die zich bezighoudt
met het keuren en certificeren van helmen. Ze is genoemd naar
William Snell, een autocoureur, die... verongelukte in 1956. De
Snell-keuring geeft je dus informatie over een helm die je zelf
eigenlijk niet wil testen: hoe veilig is een bepaalde helm? Voor
karting spreek je dan over een K-98 of een SA2000 keuring. De
meeste organisatoren van wedstrijden of kampioenschappen zullen
eisen dat je helm deze keuring heeft. Over ’t algemeen zijn het
wel de duurdere helmen die zo’n Snell-keuring hebben, omdat ze
vaak gewoonweg duurder gebouwd zijn, maar ook omdat de keuring
zelf natuurlijk een prijs heeft. Maar als je wat rondkijkt, vind
je vast wel iets wat in je budget past. Zo kun je bvb. bij
Airbrush Studio Lijnden al een Snell2000 gekeurde helm
hebben voor € 230 excl. BTW. (prijs op 27 december 2003)
Hoe werkt een helm nu eigenlijk? Je helm bestaat ruwweg uit vier
delen: een harde buitenschaal, een samendrukbare liner, een
kinband en de binnenafwerking. De harde buitenschaal zorgt
ervoor dat de energie die je helm dient op te vangen bij een
klap, verdeeld wordt over een grotere oppervlakte. Bovendien
dient ze allerlei objecten buiten de helm te houden. De liner
–meestal gemaakt
van EPS (geëxpandeerd polystyreen) of gelijkaardige materialen-
absorbeert de energie door samen te drukken. Is de klap echt te
hard voor je hersenen, dan dient de schaal extra energie te
absorberen door te barsten of te breken. Die barstjes zie je
niet altijd, maar dit trucje werkt slechts éénmaal. Pas dus op
met het kopen van een tweedehands helm van iemand die je niet
kent of niet voor 200% kunt vertrouwen! De kinband tenslotte,
tezamen met een goed passende binnenafwerking, zorgt ervoor dat
de helm daar blijft zitten waar hij hoort: op je hoofd. Ook als
je helm geen zware klappen te verwerken heeft gekregen, is het
is toch aan te raden om hem om de vijf jaar om te wisselen voor
een nieuw exemplaar. Lijmen, harsen en andere materialen die
gebruikt worden om een helm te fabriceren, kunnen na verloop van
tijd de liner aantasten. Hetzelfde effect wordt veroorzaakt door
vet van je haren en hoofdhuid, zweet en cosmetica (gel,
haarlak,...). Bovendien zit je helm door normale slijtage na
enkele jaren niet meer zo goed. Ga er tenslotte maar van uit,
dat in een periode van vijf jaar de nieuwe helmen weer een
stukje veiliger zijn geworden (door vooruitgang in
materiaalkeuze, design,...)
Heeft een autosporthelm dan geen enkel nadeel voor de kartsport?
Toch wel: enkele uitzonderingen niet te na gesproken, zijn ze
verkrijgbaar in een zeer uitgebreid gamma van kleuren en
designs, zolang je maar voor effen wit kiest... En geef toe,
veiligheid eerst maar het oog wil ook wat. Daarom laten vele
karters hun helm spuiten door een airbrush-specialist. Ook hier
is het opletten! Afgezien van de mogelijkheid dat een amateur je
doet wensen dat je beter bij het flashy wit gebleven was,
bestaat ook nog de kans dat hij je helm volledig naar de
vaantjes helpt. Net zoals je helm kan aangetast worden vanaf de
binnenzijde, kan het gebruik van verkeerde lakken je helm
aanvreten van buitenaf. Vandaar dat in principe je keuring van
je helm foetsie is na het spuiten. Tenzij je ten rade gaat bij
een echte vakman die weet wat hij doet, mooi werk aflevert en
bovendien lakken gebruikt waar je helm tegen bestand is, zodat
hij gemachtigd is om een certificaat bij zijn werk te leveren en
de keuring behouden blijft voor bvb. de FIA of de KNAF. Je vind
ze niet op elke straathoek, maar kijk maar eens rond (bvb. op
ons forum) en je vind er vast wel één. Om je op weg te helpen,
raden we je aan om eens te surfen naar
www.airbrushlijnden.com . Je zal snel merken dat zelfs als
je nog niet dadelijk aan een gespoten helm denkt, hier mooie
zaken te doen zijn.